De kerkzaal
Het interieur van de Grote Zaal, zoals de kerkzaal van de Broedergemeente wordt genoemd, valt onmiddellijk op: de kleur wit overheerst. Wit, het symbool van de vreugde. Een klassieke preekstoel ontbreekt; de predikant zit achter een met kleed bedekte tafel. De kleur van het kleed is afhankelijk van de periode in het kerkelijk jaar, of het bijzondere karakter van de dienst, zoals bij een huwelijk.
De kerk is, volgens de Hernhutter traditie, in de breedte gebouwd. Het interieur wordt gesierd door witte terra-cotta kachels van de beroemde kachelbouwer Martin. De eeuwenoude witte banken staan los, en worden regelmatig anders gegroepeerd, zoals bij kinder- en jongerendiensten.
Vanouds zaten de mannen en vrouwen gescheiden aan de Broeder- en Zusterkant. Een klein detail: de banken van de zusters zijn lager en smaller dan de banken van de broeders. De plaats van het orgel, waar doorgaans broeders op spelen, is ook de Broederkant. Het fraaie Bätz - Witte orgel is recent geheel gerestau-reerd
Tot de oorlog droegen de vrouwen allemaal een kerkmutsje, "Haube" genaamd. Deze wordt nu alleen nog maar gedragen tijdens hoogtijdagen als pasen, kerst en het heilige avondmaal. De kleur lint van de Haube geeft de burgelijke staat van de zuster aan: roze voor ongehuwd, blauw voor gehuwd en wit voor weduwe. Naast de Grote Zaal is er ook nog de Kleine Zaal.
 |
 |